Middeleeuws Vlechtwerk

Adeline de Vermandois-Senlis

Vader: Pippijn van St. Quentin
Moeder: Rothaeide Di Bobbio
  • Geboren: in 842
  • Overleden: in 898 (ongeveer 56 jaar oud)

Deze welluidende edele voornaam is niet wijd verspreid onder de karolingische rijksaristocratie. Terwijl in edele kringen het gebruik bestaat dat bepaalde namen bij herhaling binnen de familie gegeven worden. Vrijwel altijd is er een patroon te herkennen in het aantal namen dat binnen een familie circuleert. Een voortvloeisel hiervan is bijvoorbeeld dat zonen naar hun opa worden vernoemd. Dit fenomeen van een beperkte set met namen kan goed gebruikt worden omfamilieverbanden nader te duiden. Zo is in het karolingische tijdperk een aantal grote families aan te duiden met een voor die familie typerende naam. Voorbeelden hiervan zijn de Konradijnen (Koenraad) en Unrochingers (Unruoch). Met de naam Adellinde valt misschien ook zon nadere duiding te doen. Een sluitend bewijs geeft dit uiteraard niet, er kan altijd een vreemde eend in de bijt zijn, maar een sterke aanwijzing geeft het wel. Adellinde van Spoleto De oermoeder der Adellindes is waarschijnlijk Adellinde van Spoleto. Zij wordt geboren rond 735 en is de dochter van hertog Hildebrand van Spoleto en Regarde van Alemannië, op haar beurt de dochter van hertog Godfried van Alemannië en Oda van Beieren. Demoederlijke lijn gaat nog verder terug, want de ouders van Oda zijn hertog Theodo II van Beieren en Folchaid, wiens vader de Neustrische edelman Chrodebert I is. Zonen van Chrodebert I worden hofmeier van de Merovingische koning en achterkleindochter Swanahilde trouwt met Karel Martel, ook geen onbekende. Kortom, Adellinde heeft uitzonderlijk blauw bloed door haar aderen stromen en het is om deze reden verklaarbaar dat haar nageslacht haar naam in herinnering houdt door deze aan nieuwe generaties dochters te geven. Meer Adellindes Adellinde van Spoleto trouwt rond 750 met graaf Warin van Thurgouw, wiens moeder een Etichoner-achtergrond heeft. Zij krijgen drie kinderen, waarvan alleen hun zoon Isanbart voor nieuw nageslacht zorgt. Isanbart, die zowel graaf in Saksen, Zwaben en Thurgouw is, trouwt met de dochter van een machtige Saksische graaf Bernhard, die Thietrade heet. Zij krijgen vier kinderen, waaronder drie dochters die zij Adellinde, Heilwich en Baba noemen. Hun zoon noemen zij Adalung. Hij wordt abt van het klooster Lorsch. Deze typische naam doet denken aan de naam Amalung, zodat het vermoeden reist dat er connecties zijn met het Saksische geslacht, waarvan Bennid (I) en Wichman (II) ook deel uitmaken. Meer dan een vage aanwijzing is dit echter niet. Heilwig trouwt met Welf, wiens nageslacht deels in een ander hoofdstuk wordt besproken. In deze tak verdwijnt de naam Adellinde in volgende generaties. Baba trouwt met Reginbert en in hun nageslacht blijft de naam Adellinde, via hun zoon Ekbert, hertog van Saksen en diens vrouw Ida van Hersfeld "de Heilige", bewaard in een kleindochter Addila, abdis van Herford. Uiteindelijk komt de naam in latere generaties nogmaals voor bij Adellinde van Babenberg en Adellinde van Buchau, respectievelijk dochter en kleindochter van Hendrik van Babenberg. Hendrik is zelf achterkleinzoon van Ekbert en de stamvader van de Babenbergers (Bambergers). Wie is nu de echtgenote van Eberhard (I) van Hamaland? Gezien de overlevering van de naam Adellinde zal zij met grote waarschijnlijkheid in Babenbergse kringen moeten worden gezocht. De dochter en kleindochter van Hendrik van Babenberg komen wegens hun leeftijd niet in aanmerking. Zij zal in voorgaande generaties moeten worden gezocht. Helaas is er in de bronnen weinig eensgezindheid over de familie der Popponen. Zo is de vader van Hendrik van Babenberg niet met zekerheid bekend, maar Christian I, graaf van Grabfeld, maakt een goede kans. Hoe dan ook, op deze site wordt Adellinde als een zuster van Hendrik van Babenberg beschouwd en wordt zij Adellinde van Grabfeld gedoopt. Daarmee heeft zij een plek in de (incomplete) stamboom gevonden. Niet alleen de naam Adellinde plaatst haar in Babenbergse kring. Wanneer haar broer Hendrik van Babenberg sneuvelt volgt haar man Eberhard (I) van Hamaland hem op als hertog van Friesland. Deze functies worden in het algemeen om onrust onder de adel te vermijden niet aan wildvreemden gegeven. Keizers of koningen geven deze functies liever aan familieleden of aangetrouwden. Deze benoeming is een reden te meer om Adellinde als zuster van Hendrik te zien. Duidelijk moge zijn dat dit ook geen sluitend bewijsis. Het wordt geen gelukkig huwelijk. Adellinde wordt door Eberhard (I) verstoten, waarvan de reden ongewis blijft. Zij krijgen nog wel een zoon, die zij met veel gevoel voor de Elzasser traditie Hugo (I) laten dopen. Hugo I wordt graaf in de Elzasser Noordgouw en stamvader van de graven van Egisheim.

Relaties:


permalink: https://www.wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-89307 
Kopieer permalink
Gekopieerd!

PHP uitvoer: GensDataPro 3.0.7