Hij vraagt bij keizer Karel V wettiging aan voor zijn natuurlijke zoon Gijsbert in 1533 en verkreeg pas in 1553 (!) toestemming om Gijsbert over zijn leengoederen te laten beschikken.
LGZ/N leen 231, dat huys ende slot tot Vauderich, met de hofstat ende bongert binnen sijnen cingel, ende den wind ende windmeule to Vauderich, c.a., 1492: Dirck van der Horst bij transport sijner moder Otte, also dat het van hem op sijnen broder Alphert, beyde onmundich, erven sal mogen (NB: blijkens voetnoot 1 gaat het om de kleinzoon van Otte); 6-4-1540, 13-7-1544, 26-6-1556: eed vernieuwd; 18-8--1557: Gijsbert van der Horst bij transport Dirx voorn., met voorbehoud van de tocht voor Dirck en zijn vrouw Catryna van Varyck.
permalink:
https://www.wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-63509
Gekopieerd!