erfdochter van Mörsdorf, zegelaarster 1455, 1467/68, 1472, vermeld 1390-1440
Overleden: na 1472 (ongeveer 96 jaar oud)
Na de dood van haar tweeede man in 1454 verkrijgt zij diens inkomsten uit de renten en tienden te Venray ter grootte van 400 malder rogge. Zij ruilt deze inkomsten met Eduard van Gulik, heer van Haps en voogd van Belle, voor een jaarlijkse rente van 300 Rijnse guldens uit de tol te Venlo.