Middeleeuws Vlechtwerk

Jorden Gijsbertsz van der Maeth

Vader: Gijsbert Jordensz van der Maeth
Moeder: Cunera Albert Lumanszdr
  • schepen van Amersfoort 1591, leenman van diverse goederen na dode van zijn broer Evert 1598, beleend
  • Overleden: op 7 december 1626 te Amersfoort

NL 1996:202, leen 13, de hofstede Luttike Weede c.a., 11-9-1595 Jordaan van der Maat bij dode van Gijsbert, zijn vader, Armen de Poth nr.1493; 1617 Jordaan van der Maat met ledige hand, Oldenbarnevelt inv.483; 1-8-1618 Jordaan van der Maat, neef van Johan van Oldenbarnevelt, leenheer, mag beschikken, Arch. Van Weede inv.4-2/f.93; 6-7-1627 Dirk van Westreenen, rentmeester van de Poth, bij dode van Jordaan van der Maat, beleend door IJsselstein, Armen de Poth nr.1518 en Arch. Van Weede, inv.161a/f.25.
APOTH regest 597 (inv. 751), 1592 oktober 31:
Cors Vranckensoen, Jorden vander Maeth en zijn vrouw Johanna van Droffeler, Ghoertghen weduwe van Willem Suyrmondt, met instemming van Jan Jacobs van Bitterschoten en Jan Passchier als man en voogd van zijn vrouw Weymtgen maken een scheiding tussen hun gemeenschappelijke bezittingen in de polder De Haer bij Bunschoten:
de rechte helft van tien dagmaten land aan twee kampen, de eerste Haer opstrekkende langs de Bunschoterwech van de weterynge tot aan de hofstede van Lambert Claesz en Dirck Adriaensz, gemeen met Peter Meynsz en twaalf dagmaten land aan twee kampen daar naast gelegen de tweede Haer, van de Bunschoter wech opstrekkende van de weterynge aan de Bisschopsweg hiervan is toegevallen aan Ghoertgen c.s.vier dagmaten, Cors Vrancken een dagmaat, Cors Vrancken en Jorden vander Maeth de Tweede Haer, waarvan Cors zeseneenhalve en Jorden vijfeneenhalve dagmaat.
Oorspr. Met handtekeningen van Cors, Jorden, Johan en Peter, niet bezegeld.
APOTH regest 604 (inv. 909), 1598 oktober 14 (o.s.):
Joachim van Hardenbrouck beleent Jorden van der Maeth na de dood van zijn broer Evert met 23 morgen, strekkende van de Broekerwetering tot de Goyerwetering, boven begrensd door het land van Goert Bol en beneden de erfgenamen van Eernst van Ysendern; 12 morgen, strekkende ter Goijerwert, boven begrensd door het land van de erfgenamen van Eernst van Ysendern en beneden door dat van Godschalcx weduwe van Winssen en haar erfgenamen, beide stukken land gelegen in Neerlangbroek in de 25 hoeven; ten overstaan van de leenmannen Daniell en Peter van Meerle heeft Jorden hiervoor hulde en eed gedaan. Oorspr. Met zegel van de leenheer, aan de randen geschonden.
APOTH regest 607 (inv. 1199), 1601 april 4:
Uitspraak door het Hof van Utrecht in het proces van Jorden van der Maeth in diens voordeel. Geen zegel. N.B. Slecht leesbaar.
APOTH regest 622 (inv. 1015), 1613 december 31:
Hendrick Verhaer, schout, Reyer Jans Calveen en Cornelis Aris, gerechtslieden van Hoogland, oorkonden dat Beatris Meyns, wed. van Elias Vanevelt, met haar zwager Gerit Verhaer, schout van Leusden, als voogd, heeft overgedragen aan Jorden van der Maeth een akkertje genaamd de Broetheuvel op Hoogland, aan de ene zijde begrensd door het land van de ontvanger, aan de andere zijde Claes Hendricx, strekkende van de weg tot aan de Duisten. Oorspr. Met zegels van de eerste twee oorkonders en Jan van Hamelsbergen voor de derde, het eerste en laatste zegel geschonden.
APOTH regest 628 (inv. 919), 1616 november 16:
Johan van Westrenen, hof- en tijnsmeester van de Domeinen van Utrecht beleent Jorden Vermaeth met de helft van twee hoeven land, Ronselaar genaamd, aan de noordzijde begrensd door het land van Egbert Jordenss, aan de westzijde dat van het Sint Aagtenklooster te Amersfoort, aan de zuidzijde het erf Couwenhoven, ten overstaan van de tijnsgenoten Jacob van Cleeff en Cornelis van Westrenen. Oorspr. Met zegel.
N.B. Tansfix van akte d.d. 22 december 1496.
APOTH regest 630 (inv. 1046), 1621 december 1:
Peter van Hardenbrouck beleent Wilhelmus Ridderslach, gemachtigde van Jorden van der Maeth, met 23 morgen en 12 morgen in Neerlangbroek. in de 25 hoeven, ten overstaan van Cornelis van Aelst en Aert van Huesden, leenmannen van de proosdij van Oudmunster. Oorspr. Met enkele restanten van het zegel.
N.B. Transfix geweest van de akte d.d. 14 oktober 1598.
APOTH regest 631 (inv. 1016), 1622 mei 17:
Johan van Bijler, schout, Reijer Jansz op Calveen, buurmeester, en Teunis Evertsz, schepen, van Hoogland oorkonden dat Jacob Gijsbertsz Bosch, Rijck Gijsbertsz Bosch en Albert van Rijn, als man en voogd van Jannitgen Gijsbert Bosch dochter, hebben overgedragen aan Jorden vander Maeth een stuk veen en grond in het Hateveen onder Hoogland, aan de ene zijde begrensd door het land van Jorden vander Maeth, aan de andere zijde Reijer Jansz op Calveen, voor begrensd door de weg en achter door de Laak. Met zegels van de tweede oorkonder en van Rutger Jansz voor de derde, het eerste zegel verloren, fragment van het derde.
APOTH regest 635 (inv. 1196), 1626 februari 24 stilo veteri:
Jorden van der Maeth en Lobberichgen van der Maeth aan de ene zijde en de erfgenamen van Evert Aeltss te Nijkerk maken een scheiding inzake vijf dagmaten onder Bunschoten, aan de zuidzijde begrensd door het land van Looch Gerrits en aan de noordzijde door dat van Peter Borts, strekkende van de Duisterwetering tot aan de Laak, waarbij de vijf dagmaten in twee helft worden verdeeld, de ene helft aan de Laak en de andere aan de Duisterwetering, omdat het laatste perceel kwaliteit is zal degene die het perceel aan de Laak krijgt de ander 140 gulden betalen, beide partijen krijgen het recht van overpad over elkaars grond. Degene die het perceel de wetering krijgt zal de schouw voor de vijf dagmaten voor zijn rekening nemen. Het perceel aan de Laak krijgen Jorden en zijn zuster Oorspr. Met zegels van Jorden van der Maeth en notaris Johan van Ingen en handtekeningen van Jorden, Aelt, Marten Bortsen en notaris van Ingen.
N.B. In dorso aantekening van Aelt Everts dat hij de 140 gulden ontvangen heeft op 3 maart 1626.
APOTH regest 640 (inv. 910), 1627 juli 17:
Peter van Hardenbroeck beleent Willem Peterss Quees namens de Armen de Poth als rechtsopvolger van Jorden van der Maeth met: 23 morgen, strekkende van de Broekerwetering tot de Goyerwetering, bel. boven Goert Bol, beneden de erfgenamen van Ernst van Ysendern; 12 morgen, strekkende ter Goijerwert, bel. boven de erfgenamen van Ernst van Ysendern, beneden Godtschalcs weduwe van Winsen en haar erfgenamen, beide stukken land gelegen in Neerlangbroek in de 25 hoeven; ten overstaan van de leenmannen Johan van Beeck en Bartholomeus van Eck heeft Willem Peterss Quees hiervoor hulde en eed gedaan. Oorspr. Met zegel van de leenheer, aan de bovenrand geschonden.
APOTH regest 641 (inv. 919), 1627 juli 17:
Thomas Heurnius, hof- en tijnsmeester van de Domeinen van Utrecht beleent Willem Peterss Zoest namens de Armen de Poth als opvolger van Jorden van der Maeth met de helft van twee hoeven, Ronselaar genaamd, bel. aan de noordzijde Egbert Jordenss, aan de westzijde het Sint Aagtenklooster te Amersfoort, aan zuidzijde het erf Couwenhoven, ten overstaan van de tijnsgenoten Aert van Liesfelt en Elias Joachimss. Oorspr. Met zegel.
N.B. Tansfix van akte d.d. 22 december 1496.

Relaties:

Bronnen:

1. deelnemer in Archief Armen de Poth inv. 751, 31-10-1592 erfscheiding regest 597
2. eigenaar in Het Kromme-Rijngebied 2018:19

permalink: https://www.wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-21824 
Kopieer permalink
Gekopieerd!

PHP uitvoer: GensDataPro 3.0.7