Middeleeuws Vlechtwerk

Johan van Wijnbergen

Vader: Johan van Wijnbergen
Moeder: Aleid Drullinck
  • Geboren: vóór 1565
  • Overleden: tussen 25 november 1612 en 31 augustus 1616 (ongeveer 47 jaar oud)

ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT002a001 fol. 25-26 [recordnr 10284], 25-9-1607 (o.s.): testament van Johan van Wijnbergen, zwak van lichaam te bedde liggende, inwoner van Amersfoort, e.v. Weijchemoet Cosynsdr, wedn. van Elisabeth Hulsbosch.
In de eerste plaats verklaart hij te persisteren eventuele donaties die hij gemaakt heeft voor zijn huwelijk met zijn tegenwoordige huisvrouw en de lijftocht die zij voor geerfden en thuisgenoten op de Veluwe gedaan hebben op 28-05-1599 stilo veteri; plus de codecille met prelegatie voor Lysbeth van Wijnbergen, dochter uit het huwelijk met zijn vorige huisvrouw saliger, als ook enkele goederen en een obligatie van 150 guldens op Stijntje Brants te Amsterdam, door Elisabeth Hulsbosch als donatie verkregen. Dit zal zijn dochter Lysbeth na zijn overlijden genieten, met restrictie dat als hij voor Weychemoet komt te overlijden, zijn dochter hetzelfde als voornoemd zal ontvangen zonder dat zijn huisvrouw enige lijftocht zal mogen behouden en zonder dat zij mede "int uytreycken vandien met eenige eed zal mogen worden bezwaart".
Verder legateert hij nog aan Lysbeth de som van 500 carolus guldens uit zijn goederen (hiervan lijftocht voor Weijchemoet). De mobile goederen als geld, goud, zilver, huisraad, klederen, obligaties, aandelen en schulden, die door comparant en zijn huidige huisvrouw gedurende het huwelijk aangekocht en gewonnen zijn, zullen komen op de nakinderen in dit huwelijk verwekt, behoudende Weychemoet daaraan de lijftocht en dit in respect van. Indien Liesbeth komt te overlijden zonder kinderen na te laten, zullen de genoemde mobile goederen en de obligatie van Elisabeth Hulsbosch en de 500 car. gl. komen op de nakinderen van de comparant. Wanneer zijn tegenwoordige huisvrouw voor hem komt te overlijden, zullen de genoemde goederen en obligaties etc. komen op de nakinderen zonder dat Elisabeth van Wijnbergen (Lysbeth) daarvoor iets zal mogen eisen omdat comparant haar al 500 guldens heeft geprelegateerd. Hij wenst dat zowel Elisabeth, zijn voordochter, als zijn nakinderen zich aan deze voorwaarden zullen houden. Hij secludeert de weeskamer en verklaart dat dit zijn uiterste wil en codecille is.
Weijchemoet Cosijns verklaart te approberen en te constitueren voor zover haar en haar kinderen betreft en mede te persisteren bij de lijftocht tussen haar en haar man en de lijftocht voor de geerfden op de Veluwe enzovoorts. En dat over het inkomen of jaarlijkse vruchten staande het huwelijk geen rekening of bewijs hoeft te worden geleverd door de langstlevende aan de erfgenamen. Getuigen: Jacob Willemse Schaijde, Andrijs Schaep van Hellendoorn en Lamberts Gerrits (zij allen tekenen als volgt: Johan van Wijnberghen, Wijchmoet Kassijns, Jacob Scade Willemsen, Andreis Schaep van Hellendorn en Lambert Gerritsen).
ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT002a001 fol. 483-484 [recordnr 11424], 3-4-1612: Copie van een gesloten testament, geopend op 31-8-1616, van Johan van Wijnbergen,
e.v. Wijchemoet Casijns, wedn. van Elisabeth Hulsbusch.
Johan van Wijnbergen (als vader van Elisabeth, nagelaten dochter van Elisabeth Hulsbusch), Lubbert Gerritszn en Catharina Hulsbusch (oom en tante alsmede momber van Elisabeth) hebben gezamenlijk, met advies van familie het kinds goed en dat van Catharina te Antwerpen verkocht, vanwege aanwezige en te verwachten schade. Het betreft een huis te Antwerpen, genaamd De Roemer, gezamenlijk bezit van Elisabeth en Catharina en op lijftocht verkocht aan twee "bedaechde" personen. Elisabeth heeft daarvoor en voor de andere verkochte goederen een bedrag ontvangen als haar erfdeel van 4.000 guldens hooftsums, aan zilver baar geld, in handen van Lubbert Gerritszn. Hij heeft daarvan afgetrokken 1.200 gulden voor zijn derde deel, tevens de Hoelhorster tiend verkocht en geleverd voor het goed van Elisabeth, aan mij overgedragen. Van de resterende 2.800 gulden heeft hij reeds 1.100 gulden betaald en voor het restant obligaties geleverd volgens acte van 8-4-1603 bij not. Evert Verschuer, waaronder actie van Valerius van Dalen vanwege belaste penningen op ongewisse hypotheken enz. Aangezien Elisabeth op 13-11-1611 door een ruiter is ontvoerd "tot haer gehele verderff" en met grote kosten uit zijn handen zal moeten worden gered, zullen die kosten in mindering worden gebracht van haar erfdeel. Een en ander is vastgelegd onder aanwezigheid van de getuigen Jacobus Veutius en Wijnant van Gulich, op 3-4-1612 en was ondertekend door Johan van Wijnbergen, Lubbert Gerritzn, Katerina Hulsbos, Jacob Veut en Wijnand van Gulich.
Op 31-8-1616 is dit testament door Wijchemoet Casijns, wed. van Johan van Wijnbergen, aan de notaris overhandigd en door hem geaccordeerd.
ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT002a001 fol. 240v-243 [recordnr 10681], 25-11-1612: testament van Johan van Wijnbergen en Wijchemoet Casijns e.l., borgers en inwoners van Amersfoort, herroepen die gift uit zake des doods die zij ten behoeve van elkaar gedaan hebben voor notaris R. v. Mulenborch op 3-9-1597, idem de dispositie op 25-9-1607 voor notaris J. van Ingen en de dispositie gemaakt te Emmerick ten behoeve van de nootdruftigen en de lijftocht voor mr. Reijnier van Wenckum en Peter Davelaer, als geerfden in Veluwe, op 28-5-1599, willende dat deze alle crachteloos zullen zijn, welverstaande dat zij uit kracht van de lijftocht van 28-5-1599 de langstlevende van hen die lijftocht zal genieten volgens lijftochtsrecht en verder niet. Annulerende te dien einde alle die verdere bespreckende clausules en restricties daarin gestelt. Zij disponeren elkaar opnieuw de lijftocht van alzulke goederen, heerlijke, deelbare, roerende, onroerende, acten, crediten etc. geene uitgezonderd, die zij met de dood acterlaten zullen om bij de langstlevende tot lester dood toe gebruickt te worden.
Johan van Wijnbergen vermaakt bij dezen aan zijn kinderen, bij Wijchemoet verweckt, t.w. Jan, Casijn, Aernt en Willemtgen van Wijnbergen en de kinderen die hij nog bij haar zal verwekken, bij gelijke en egale portie, zonder dat de oudste voor de jongste of soon voor dochter enig voordeel zal genieten, al zijn bezittingen (hiervoor genoemd) en institueert hen daarmede tot zijn universele efgenamen. Als een van deze kinderen komt te overlijden zonder echte geboorte, dan zullen zijn bezittingen vererven op zijn naasten in de bloede, uitgezonderd Elisabeth, zijn vóórdochter. Hij wil niet dat zij dit zal erven, om redenen nader verhaalt.
Alsoo Elisabeth hem zeer ongehoorzaam was geweest, bewilligt en beleydt heeft in de ontschakinge en ontvoeringe bij Corst Haverman, ruyter, met haar persoon uit Amersfoort jegens zijn, comparants, en andere harer vrienden (= familie) wille gedaen, met welcke sij alsnoch in onere blijvende en converserende is niet tegenstaende hij, comparant, alle mogelicke middelen hadde voorgewent om Haverman tot restitutie van Elisabeth te constringeren en zijn dochter van Haverman te revoceren en weder tot haar vrienden te trecken.
Zo heeft hij Elisabeth, zijn dochter, uit kracht van de ordinantie van de stad Amersfoort en van het Edict van Arnolt, Hartoge van Gelre, van date des donderdachts nae beloocken Paschen 1436, dewelke in godtlicke, natuurlicke en oude rechten sijn ges........... geexheredeert en onterft.
Onterfende haar mitsdesen van alle zijn bovengeschreven goederen van wat nature of waer die gelegen zijn, dan alsoo hij, comparant, verhoopt dat zij haar conscientie en welvaren noch zal bedenken, t voornoemde oneerlijke geselschap laten en weder tot hem, comparant, of haar vrienden keeren. Soo wil hij dat zijn erfgenamen Elisabeth, soo wanneer sij Corst Haverman zal hebben verlaten en haar weer bij haar vrienden heeft begeven en zal blijven en haar nat advies van deselve zal gedragen en eerder of langer niet, jaarlijks zullen uitreiken en betalen een losrente van 1.000 guldens hoofdsoms van 20 stuivers t stuk, waarvan zij de hoofdsom niet zal mogen genieten dan bij wettelicke noot, nadat zij Haverman heeft verlaten en 10 jaren bij haar vrienden en nae derselve advies geleefd zal hebben. Welcke hoofdsom indien zij compt te overlijden, geboorte in de echte staat bij anderen als Haverman verwekt nalatende op deselve sall erven. Maar indien zij zodanige kinderen niet nalaat, dan zullen zijn erfgenamen ontslagen zijn om de hoofdsom en de jaarlijkse renten te betalen. Zij secluderen de weeskamer deser stad. Gedaan ten woonplaatse van de comparanten. Getuigen: Jkhr. Wijnant van Gulich, Freederick Geerlofszn. en Brant Henricxzn.
ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT002a001 fol. 273v-274v [recordnr 10910], 11-4-1613: electie van mombers door Jhr. Johan van Wijnbergen, borger van Amersfoort,
wed. van Elisabeth Hulsbosch. Hij verklaart dat alhier niemand van zijn naaste bloedverwanten woont, maar dat hij graag zo veel hem enigzins mogelijk is, Elisabeth, zijn ontvoerde dochter, te voorzien van bekwame mombers en curateurs, om te voorkomen dat zij, "gelijk zij in haar persoon en eere is verloopen", niet in armoede zou geraken en dat de moederlijke goederen bewaard en ten beste geregeerd zouden worden. Hij heeft tot mombers gesteld: Lubbert Gerritzn, die dit momberschap reeds aanvaard heeft, en Do. Everard van der Schuer, advocaat van de hove van Utrecht en Jan Willemzn van Amsterdam, borger van Amersfoort, welke momberschap en curatele zal duren tot zij Cors Haverman, die haar heeft ontvoerd, zal verlaten en 25 jaar oud zal zijn en dat zij van de magistraat van deze stad (alwaar haar moeder is overleden) het recht zal hebben verworven om haar goederen zelf te beheren. De naaste familie en de mombers zullen dan advies moeten uitbrengen. "Off anders voor en aleer zij de voornoemde Haverman sal hebben verlaten of dat henluyden bij speciale ordonantie van de Rechter en naaste bloetfrienden (= familie) sulcx soude mogen worden geordonneert". De mombers zijn gehouden van het inkomen van de goederen jaarlijks rekening te overleggen aan 2 commissarissen van de magistraat. Comparant heeft destijds geprotesteerd tegen de ontvoering van zijn dochter. "Begerende dat de voornoemde mombers na sijn overlijden van gelijcken daertoe geen consent en sullen dragen, omme deselve door sodanige en andere gevoechlike en bequame middelen tot haar vrunden te trecken en beter maniere van leven te brengen". Hij verzoekt en vertrouwt dat de genoemde mombers de momberschap aannemen en "daarin doen zullen als zij wilden dat henluyden gedaan ware". Getuigen: Do. Jacob Putius, Jhr. Wijnant van Gulick en Henrick Noyen.

Relaties:

Bronnen:

1. De Nederlandsche Leeuw 1959:186-187

permalink: https://www.wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-21507 
Kopieer permalink
Gekopieerd!

PHP uitvoer: GensDataPro 3.0.7